Van alle plekken waar in Londen gevoetbald wordt, is dit de meest idyllische. In het deftigste deel van West-Londen vind je aan de Theems schitterende voetbalgeschiedenis, die bij Fulham hand in hand gaat met de nouveau riche.
Craven Cottage, een openluchtmuseum
Geen plek in de Premier League straalt meer voetbalromantiek uit dan het net geen 28.000 plaatsen tellende Craven Cottage, sinds 1896 de thuishaven van Fulham. De ligging, ingeklemd tussen de Theems en de statige huizen van West-Londen, en de wandeling ernaartoe door Bishop’s Park zijn een genot. Aan het begin van de vorige eeuw werd het stadion onder handen genomen door Archibald Leitch, de legendarische stadionarchitect. Hoewel ook Craven Cottage recent is vernieuwd, is zijn handtekening nog altijd zicht- baar, met name in de Johnny Haynes Stand. De façade van rode baksteen aan Stevenage Road is een parel, en is een beetje het kleine broertje van die van Ibrox Park, bij de Rangers – ook van Leitch. Blikvanger is natuurlijk de cottage in de hoek van het stadion, het huisje waar van oudsher de meest exclusieve gasten van Fulham kwamen kijken. Want dat is óók Fulham, een beetje een kakkineuze club zonder écht fanatiek publiek. Dat maakt de sfeer gemoedelijk, maar ondanks het fantastische stadion soms ook een beetje saai.

De ene wandelroute nog mooier dan de andere
Bij een bezoek aan Craven Cottage verdrink je al meteen in de luxe-problemen. Er zijn namelijk wel drie geweldige aanlooproutes naar het stadion. De meest bekende is die vanuit metrostation Putney Bridge, en daarna wandel je door het fraaie Bishops Park, evenwijdig aan de Theems. Op wedstrijddagen tref je hier een charmante mix van voetbalsupporters, buurtbewoners en voetballende kinderen.
Ook heel mooi is een kleine omweg via de hoofdweg Fulham Palace Road, en dan linksaf Finlay Street inlopen. Vanuit die straat loop je prachtig op 'The Cottage' af, tussen de Victoriaanse huizen door.
De derde fraaie aanlooproute is die vanuit de meer noordelijke kant van het stadion, vanuit metrostation Hammersmith. Ook vanuit daar kun je heerlijk langs de Theems lopen, en ongeveer halverwege tref je een geweldige pub voor een 'matchday-pint': The Crabtree.

Fulham Pier & The Riverside Stand
Jarenlang was de Riverside Stand in het stadion van Fulham een bouwput, nu is het de meest besproken tribune van Engeland. De oude tribune ging plat, en wat ervoor in de plaats kwam was een hyper moderne tribune die boven alle andere uitstijgt, al dekt louter ‘tribune’ de lading niet helemaal: het is een multifunctioneel gebouw met een hotel, foodmarkt, een spa en zelfs een zwembad op het dak. Op wedstrijddagen is er zelfs een hospitality-formule die het moge- lijk maakt om de wedstrijd te kijken én te zwemmen. Geinig, maar eerlijk is eerlijk: met voetbal heeft het allemaal heel weinig te maken. Al is het ook wel weer goed toeven op de Riverside Market, waar je op de promenade heerlijk met een biertje over de Theems kunt turen. Dat maakt deze Riverside Stand ook op niet-wedstrijddagen de moeite waard om te bezoeken. Perfect voor de welgestelde Londenaar, maar ook een beetje tegen het zere been van de voetballiefhebber. Ook al omdat de seizoenkaarten op de Riverside Stand de duurste van heel Engeland zijn, beginnend met een schamele 3000 pond per jaar (ruim 3500 euro). Misschien wel de mooiste bijvangst van het project: de nieuwe promenade langs het stadion maakte dit stuk Thames Path voor het eerst sinds 1896 toegankelijk, zodat je nu ononderbroken langs het water van Putney Bridge naar Hammersmith Bridge kunt lopen.

Johnny Haynes
Behalve het in het verhaal hiervoor gememoreerde standbeeld van George Cohen en diens voorloper, dat van Michael Jackson, staat het belangrijkste standbeeld van stadion Craven Cottage aan Stevenage Road, achter de tribune die zijn eigen naam draagt: clubicoon Johnny Haynes. De aanvaller, liefkozend ‘The Maestro’ genoemd was in de jaren zestig de eerste voetballer die het toen ‘astronomische’ bedrag van 100 pond per week verdiende. Ook aan de binnenkant van ‘zijn’ tribune is Haynes goed zichtbaar: op de zij- wanden zijn mooie zwart-witfoto’s met momenten uit zijn carrière geplaatst.

The Eight Bells
Een beetje verstopt achter metrostation Putney Bridge, staat in een doodlopend stukje straat de oudste pub van Fulham. The Eight Bells kreeg in 1629 zijn eerste vergunning (als The Blue Anchor) en ademt clubgeschiedenis: tussen 1886 en 1888 gebruikte Fulham FC de pub als kleedkamer, toen de club nog op het nabijgelegen Ranelagh House speelde. Tegenwoordig is het op wedstrijddagen vooral het domein van uitsupporters die er hun pints drinken, hun tribune bevindt zich aan deze kant van Craven Cottage.

Kaartjes zelden een probleem
Kaartjes bij Fulham kun je relatief makkelijk verkrijgen via de clubsite, al is er voor de grotere wedstrijden wel een membership nodig. En als je écht money to blow hebt, kun je altijd nog voor een hospitality-ticket op de Riverside Stand gaan. Wel je zwemspullen meenemen.

Bereikbaarheid
Het stadion van Fulham is uitstekend bereikbaar per metro via de District Line en station Putney Bridge, waarvandaan het nog tien minuten lopen is naar het stadion. Ook leuk: Stamford Bridge van buurman Chelsea is maar twee metrohaltes verderop, een wandeling tussen de twee stadions is dan ook zeker een aanrader.
Beeld: Shutterstock, BSR Agency, Getty Images